De klok tikt ongenadig: het klimaat verandert. We moeten, zo krijgen we te horen, samenwerken: allemaal samen tegen CO2. Steeds meer ngo's, bedrijven en politieke partijen vinden elkaar rond de slogan van de 'groene economie'. Of spreken we beter over 'groen kapitalisme'? Kiezen voor groen is niet alleen belangrijk om de klimaatverandering tegen te gaan, het maakt een land ook 'sterker, gezonder, veiliger, innovatiever, competitiever en gerespecteerder', zo stelt Thomas Friedman, columnist van de The New York Times. 'Is er iets denkbaar dat vaderlandslievender, kapitalistischer en geostrategischer is dan dat?'
Dit boek ontrafelt de mythe van de groene economie in al haar dimensies: van emissiehandel tot duurzaam consumeren, van bevolkingscontrole tot technologisch optimisme. Maar het tekent ook een aantal krachtlijnen uit voor een alternatief. De transitie naar een duurzame toekomst kan niet zonder diepgaande maatschappijverandering, stellen de auteurs. En zo'n verandering vraagt precies meer sociale gelijkheid, meer democratie en minder markt.
Anneleen Kenis is licentiaat in de psychologie en in de duurzame ontwikkeling en menselijke ecologie. Ze werkt aan de Leuvense universiteit aan een doctoraat over ecologisch burgerschap, bewegingsopbouw en politisering.
Matthias Lievens is licentiaat in de politieke wetenschappen en antropologie en doctor in de politieke filosofie. Hij werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de universiteit van Leuven. Hij is (co-)auteur van Gebroken vitrines. De andersglobalisten tien jaar na Seattle en van Socialisme en democratie in de 21ste eeuw.
280 p's, 17,95 euro + verzendingskosten